Mijn muis was stuk. Is dat nou mazzel? Zult u vragen.
Ja. Want toen ik een nieuwe ging vragen bij systeembeheer kreeg ik een nieuwe IBM Thinkpad T40 in mijn handen gedrukt met de vraag of ik de Linux-compatability even wilde testen. Als alles goed gaat kan ik dan vrijdag mijn “oude” Toshiba 3000-400 inleveren.
Yessssss!
Ik heb een probleem. Een heus stadsmeisjesprobleem mag ik wel zeggen. Het gaat over parkeren.
Nu weet ik wel dat sommigen van jullie meesmuilend mompelen: “Tuurlijk! Ik ken geen één vrouw die kan parkeren!”, maar dat is mijn probleem niet. Ik kan het te goed. Het kleine Micraatje heeft een superklein draaicirkeltje, en ik zet ‘em fluitend in plekjes die nog geen 30 centimeter groter zijn dat het autootje zelf. Het record is 10 centimeter overruimte (met getuigen, dus roep nou maar niet dat dat niet kan).
Nee, mijn probleem bestaat vooral uit ruime parkeerplekken. Dat gaat helemaal mis. De afwezigheid van een bumper om me op te richten is funest. Het niet kunnen zien van de stoeprand, toch een bekend verschijsel in nieuwbouwwijken, doet alle parkeersoepelheid in het honderd lopen. De Micra wordt er dwars van. Tenminste, dat moet wel zo zijn, want recht wil ‘ie nooit, in zoveel ruimte.
Toch is dat hoe ik het geleerd heb: grote auto, ruime parkeerplekken. Armlengte tussenruimte, achterkanten gelijk, stuur tot het eind, 45 graden de weg opdraaien, en dan keurig erin zetten. Ging nooit mis. Ik moet dus wel tot de conclusie komen dat er twee manieren van parkeren zijn: een rijlesmanier en een stadsmanier. En die eerste ben ik duidelijk verleerd.
In de NRC stond een artikel over friendster. Nu ben ik niet zo dol op sites van dien aard, maar één zinnetje trok mijn aandacht: de schrijver van het artikel had in een maand een netwerk van 400.000 zielen opgebouwd.
Nu had de beste man kennisen in de hippe New Yorkse wijk Williamsburg, waar zo’n beetje iedereen friendstert. Over Nederland hadden de geraadpleegde sociologen (het was natuurlijk wèl een NRC-artikel) zo hun twijfels: die zijn veel meer geneigd om vriendschappen “buiten de eigen groep” te sluiten. Daarom zou friendster minder nodig en minder succesvol zijn.
Dat laat ik me niet zomaar zeggen! Tijd voor een experiment. Je moederziel alleen inschrijven bij friendster schijnt niet de bedoeling te zijn. Je moet gevráágd worden. Ik deed het toch. Helemaal alleen. En nu vráág ik u… U kunt opgeven dat u geinviteerd bent door crap@hornstra.com. Beat the 400.000!
(thumbnail)
Monster hangt de schattige uit…
Ik ben een alleslezer. Zware literatuur (Mijn absolute hoogtepunt is het uitlezen van Misdaad en straf, een koud, winters boek, in Paramaribo. Vreemde gewaarwording was dat), computerbladen, kinderboeken, kranten, veel kranten, boeketreeksen, National Geographics, voedseletiketten, het maakt niet uit. Ik verslind letters in een hoog tempo. Daarom lees ik natuurlijk ook zoveel.
Maar met griep in bed lees ik graag strips. Alle Kuifjes. Suske en Wiske. En mijn absolute held Guust Flater. In datzelfde Paramaribo kreeg ik eens een stapel Guusten te leen en ik was zo blij als een kind, echt waar. Guust is leuk. Zo leuk, dat ik van mijn vroegere vriendje Guust niet in bed mocht lezen: het hele bed schudde mee als ik onbedaarlijk lag te giechelen.

En u? Leest u ook strips? Wanneer? En welke dan?