Onder water zie je beestjes. Veel beestjes. Veel verschillende beestjes.
De meeste beestjes zijn vissen, zoals deze lionfish (hoe heet dat beest eigenlijk in het Nederlands?). Het is een roofvis, die ’s nachts op pad gaat om andere onderwaterbeesten te verschalken. Overdag ligt ‘ie lekker wat te suffen op de zeebodem. Zijn typische uiterlijk maakt dat hij makkelijk te herkennen is, al wil ‘ie door z’n schutkleuren nog wel eens wegvallen tegen het koraal. De vele sprieten zijn zo typisch voor deze vis, dat er zelfs een apart handgebaar voor is: steek je vingers doorelkaar alsof je je handen vouwt, maar laat je vingers recht, in plaats van ze om je handen heen te buigen. Voila! Een lionfish!
Iets heel anders is het anemoonvisje, of clownsvis. Grappige kleine visjes die tussen de zee-anemonen wonen. Andere vissen kunnen daar niet eens in de buurt zwemmen, want zo’n zee-anemoon heeft giftige stekels. Clownsvissen zijn daar immuun voor. De vaders passen op de kinderen. Het zijn dappere kleine visjes, die alles aanvallen dat te dicht in de buurt van hun kroost komt. Zelfs duikers, al zijn ze zelf niet groter dan je halve hand.
Hoewel het visje geen ‘eigen’ handgebaar heeft zoals de lionfish, heeft ‘ie wel een ver familielid: de Schotse collie. “Wat?” Zegt u? Een hond? Jazeker. Zoals de collie na een zekere populaire TV-serie omgedoopt werd in de lassiehond, heeft onlangs dit oranje beestje ook een nieuwe naam gekregen. Maar dat wist u natuurlijk al…