“Ik kan niet niks doen,” zei ik.
“Jawel toch? Al die spelletjes op je Palm?”
Die zijn om mijn hoofd leeg te maken, dacht ik. “Daar maak ik mijn hoofd mee leeg. En zo lijkt het alsof ik nog wat doe,” zei ik.
De avond erna vroeg hij of ik moe was, en of ik zou kunnen slapen.
“Mijn lijf is moe, maar mijn hoofd niet. Ik weet het niet. We zien wel.”
Maar ik kon niet slapen. Ergens in de straat was een feestje dat tot 4 uur doorging. De politie kwam twee keer langs. Ze kwamen voor de derde keer langs voor wat leek op een inbraak in het kraakcafé aan de overkant. Ik moest steeds plassen. Om 8 uur ging ik uit bed. Op Discovery was een documentaire over het instorten van de Twin Towers. Ik douchte en dronk twee dubbele espresso’s. Toen liep ik naar het nieuwe huis. Voor de deur stond geen reiger.