“Dat moet je niet doen joh!” zei Frans, toen ‘ie las dat ik hiernaast beweerde 50 euro gestort te hebben op 555 voor Azië.
Maar ik vind dat ik dat zelf moet weten. Sterker nog, als die hele verhuizing me niet meer dan failliet achter had gelaten, had ik nog wel meer gegeven. Maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat er veel geld opgehaald wordt. Dus ik open hierbij de eigen roem stinkt helemaal niet actie.
Laat in de comments achter hoeveel je gaf. De gulste gever kan (na het opsturen van bewijsstukken, en natuurlijk na het geven van meer dan ik, we zijn toch niet gek hier..) rekenen op een etentje voor twee bij lijn thuis! Naar keuze Thais, Indiaas of Indisch (we blijven wel in stijl, natuurlijk), in de smaken vlees, vis of vegetarisch.
Update: het is wel een hoofdprijs hoor, ik kan heel lekker koken, toevallig!
Waarom we nu juist wel moeten geven
Eigenlijk heb ik maar één reden: dit is een natuurramp van de ergste soort.
In principe ben ik tegen noodhulp. Noodhulp is een nooitstelpend doekje voor het bloeden. Noodhulp maakt mensen fatalistisch afhankelijk. Is het niet van grote internationale orgaisaties, dan wel van de eigen corrupte regering, die de verkregen hulp presenteert als eigen resultaat.
Ik zie meer in microkredieten en langlopende onderwijs- en kinder-, en mediaprojecten: die gaan analfabetisme tegen en geven daarmee mensen een kans hun eigen informatie in te winnen. Alleen zo kunnen regeringen gecontroleerd worden.
Omdat ik voor mijn werk vaak in Afrika geweest ben (steeds voor korte tijd, dat wel), zelf belast met het inrichten van mailnetwerken over bestaande verbindingen, heb ik gezien wat een enorme invloed onafhankelijke informatie heeft.
In West Afrika zag ik mensen die gekluisterd waren aan de radio; luisterend naar de Franse zender voor francofoon Afrika.
Ik zag markstadjes (meer kleine dorpjes in onze beleving) waar twee mobiele telefooncellen aanwezig waren: bezitters van mobieltjes die hun telefoon verhuurden. Desgewenst verhuurden ze zich ook als mobiele modems voor bezoekende ontwikkelingswerkers; ook die profiteerden van de wekelijkse marktdag om contact op te nemen met het thuisfront.
Ik zag stoffige pleintjes waar geestelijken twee weken oude kranten spelden; voorlezend aan kleine groepjes.
Ik zag een enorme informatiehonger, die maar nauwelijks gevoed kon worden. Alle projecten die gericht zijn op het geven en verwerken van informatie zijn in mijn ogen superbelangrijk. Want wie arm is, is niet automatisch dom. Wie arm is, heeft wel veel slechter toegang tot onderwijs. Onderwijs dat je op de lange termijn leert om informatie te verkrijgen en verwerken. Dus: kinderen, onderwijs en media. Want kinderen zouden de toekomst moeten hebben; onderwijs helpt ze meer informatie te verwerken, en onafhankelijke media maakt dat ze die informatie ook daadwerkelijk krijgen.
Veel landen die noodhulp ontvangen, onderschrijven deze principes niet. Sterker nog: ze werken ze juist tegen. We geven noodhulp aan landen waar geen onafhankelijke media is; waar vrouwen uitgesloten zijn van onderwijs en medische zorg, kortom, aan landen waar alle voorwaarden die in mijn ogen zo belangrijk zijn om een land tot ontwikkeling te brengen, genegeerd worden. Veel crises in die landen zou je aan kunnen merken als erger dan nodig, ware er genoeg en tijdige informatie geweest, of als vermijdbaar. Regimes die zo met hun onderdanen omgaan, steun ik liever niet.
Maar in dit geval hebben we te maken met een natuurramp. Eentje die zo groot is, dat ik me niet kan herinneren eerder iets van die omvang te hebben meegemaakt. In een regio waar juist wel vrije media is. Waar de situatie verre van ideaal is, maar waar overheden juist wel aan de goede weg timmeren. En vooral met een ramp die niet in de categorie erger dan nodig, ware er genoeg en tijdige informatie geweest, of vermijdbaar te plaatsen valt.
Noodhulp is hier echt noodhulp. Je helpt geen enge regimes in het zadel. Je blokkeert de onafhankelijke pers niet. Je helpt de mensen.
Daarom moet je nu geven.