Ik heb dus anderhalf jaar tegenover een lijk gewoond… In de straat waar bijna 15 jaar nooit iets gebeurde, behalve af en toe wat politie bij het kraakcafé op de linkerhoek, of een feestje met veel smartlappen bij het taxicafé op de rechterhoek. Bijna 15 jaar woonde ik er, en je bent nog geen paar maanden weg, of de straat is in rep en roer.
Maar het rare is: de Dusartstraat is nu juist een straatje waar de mensen elkaar nog kennen. Voor Amsterdamse begrippen dan hè? Ik kende altijd mijn hele trap. De buurvrouwen van de overkant. De mensen links en rechts. Ik parkeerde mijn autootje op het “niet-parkeren” plekje voor de scooterwinkel, en als ze het plekje nodig hadden, belden ze me even op. Ik groette de homosuele fotograaf links. Babbelde met de krakers als ze ’s zomers hun nering verplaatsten naar de stoep. En de buren deden dat net zo goed.
Met de verhalen op radio en TV over de onpersoonlijke stad ben ik het dan ook niet eens. De sfeer in mijn nieuwe straatje is veel onpersoonlijker. Hier op straat zie je veel minder mensen zomaar eens een praatje maken. De Dusart was een gezellig buurtje, dat ik nog wel mis. Maar zelfs in zo’n sociaal buurtje is het dus mogelijk de dood van je vriendin twee jaar verborgen te houden, ookal wordt je eigen dood snel genoeg opgemerkt…