Mamalijns computer was stuk. Ik was ziek. Ik snotterde, en ’s nachts zweette ik me kapot. Mamalijn kocht een nieuwe computer. Ze was het zat dat deze steeds stuk ging. Ik snotterde maar wat. Eerst van het opgelopen virusje (?) en later van de pollen. Pas op zaterdag voelde ik me beter, en ging ik langs, om te kijken of er nog iets van de oude harde schijf te redden viel.
Op de op een na warmste dag van het jaar tot nu toe (da’s dus een ingewikkelde manier om “gisteren” te zeggen), besloot ik dat ik nu maar eens moest beginnen met het uitpakken van de laatste dozen. Want sinds we hier wonen staat er nog een stapel dozen. In één ervan zaten mijn zomerkleren. En die wilde ik aan. Die zomerkleren. En het ging lekker. Dus ik leegde een hele stapel dozen, terwijl Frans zichzelf op het balkon langzaam in een plasje veranderde.
Nou, dat had ik dus beter niet kunnen doen. ’s Nachts kreeg ik weer koorts. En koorts in dit weer is dus echt niet fijn. Niet dat ik er niet aan gewend ben. Ik heb een nierbekkenontsteking gehad in Suriname. Oh, en malaria, in Benin en Burkina Faso. Maar van malaria krijg je het tenminste koud. Of nee, niet mooier maken dan het is, malaria is ook gewoon kut. Nu heb ik gewoon een koutje. Met koorts dus. En dat is dus niet fijn.
Dus op de warmste dag van het jaar tot nu toe (da’s dus een ingewikkelde manier om “vandaag” te zeggen), hang ik op de bank en in het bed, en ben ik niet buiten, of op kantoor, waar het vast koeler is dan hier, in huis. En die harde schijf heb ik ook niet meer aan de praat gekregen.