1) 13 september 2005, intake aanvraag uitkering betalingsonmacht werkgever, UWV, Utrecht
“Ah mevrouw Hornstra. Ja, ik begrijp dat U in de problemen komt als uw laatste salarisbetaling dateert van eind juli. Maar echt, wij trekken minimaal 4 weken uit voor we aan de behandeling van uw dossier toezijn. Da’s gewoon de officiele termijn. U hebt uw geld dus op zijn vroegst half oktober. Daar krijgt u dan een brief van.
Onder ons gezegd; het is op dit moment niet erg druk op de afdeling faillissementen. Dus wie weet hebt u mazzel en komen we er eerder aan toe. Maar officieel is het vier weken, iets anders kan en mag ik u niet vertellen.”
2) tweede helft september 2005, aan de telefoon
“Goedemiddag, met lijn. Het gaat om het volgende: Ik heb hier een rekening van u voor me liggen, maar die kan ik niet betalen. Mijn werkgever is namelijk failliet, en de laatste betaling die ik heb ontvangen is alweer van eind juli. Het goede nieuws is dat ik mijn gelld uiteindelijk zal krijgen en u gewoon kan betalen. Het gaat hier namelijk niet over WW, maar over achterstallig loon, dat gewoon uitbetaald gaat worden. Het slechte nieuws is dat mij verteld is dat ik voor half oktober niets hoef te verwachten. Kan een en ander opgeschort worden?” Kan nog ook. Een wonder!
3) 28 september 2005, omstreeks 16u
Brief van het UWV! “Blablabla. Uw opzegtermijn loopt tot en met 30 september 2005.” […] “uitkering aanvragen binnen twee dagen na” […] “deze werkbriefjes in te sturen voor 4 oktober” […] “u een voorschot. Wij verwachten binnen 6 maanden een definitieve beslissing te kunnen nemen”
4) 28 september 2005, aan de telefoon met het algemene nummer van het UWV
L: “Goedemiddag, met lijn. Ik heb een brief van jullie dat ik een voorschot ga ontvangen op mijn uitkering betalingsonmacht werkgever. Nu wordt er in de brief geen datum genoemd, kunt u mij missch…”
U: “Wanneer hebt u de aanvraag gedaan?”
L: “Uhh, eens even kijken, 13 september.”
U: “Nou, dat duurt vier weken, dus op 11 oktober.”
L: “Precies vier weken? Bij de intake hoorde ik dat dat was waar ik ongeveer op moest rekenen, maar dat er een brief gestuurd zou worden als er betaald zou worden. En die brief ligt hier voor me, er staat alleen geen datum op.”
U: “Ja, ik heb uw gegevens hier niet voor me, dus ik kan…”
L: “Oh, u bedoelt dat u het ook niet zeker weet?”
U: “Mevrouw, dat duurt vier weken, dus 11 oktober.”
L: “Ehmmm. Bij de intake zeiden ze minimaal vier weken, officieel. Langer als het druk is, korter als ik mazzel heb.”
U: “Het recht op uitkering is nog niet eens vastgesteld.”
L: “Nee, dat staat ook in die brief, dat kan wel een half jaar duren. Ik wil nu graag weten wanneer dat voorschot uitbetaald wordt. Wanneer is de eerstvolgende betaaldatum?”
U: “Uiterlijk 11 oktober.”
L: “Maar waarom wordt mij dan verteld dat ik een brief zal ontvangen als het voorschot vastgesteld is, en heb ik die brief nu al? U moet begrijpen dat ik al twee maanden geen salaris heb ontvangen, dus het water staat mij nogal aan de lippen. Ik krijg de indruk dat u het niet helemaal zeker weet: u hebt mijn gegevens niet, en u kunt ook niet verklaren waarom ik die brief dan bijna twee weken te vroeg krijg. Bovendien zei u net: 11 oktober, en nu: uiterlijk 11 oktober. Als u uiterlijk zegt, betekent dat dat het ook eerder kan, en dat werd mij ook verteld bij de intake. Als u het niet zeker weet, zeg dat dan, ik wil alleen graag weten waar ik aan toe ben, zodat ik iedereen die nog geld van mij krijgt, kan inlichten.
U: “Mevrouw, ik heb u al verteld dat u op zijn vroegst 11 oktober bericht kunt verwachten. Na 4 weken.”
L: “Oh. Vrrrriendelijk bedankt dan maar. Goedemiddag.”
Klabang
L: “Eikel.”