Kijk, dat ik alleen ben, vind ik heerlijk.
Als ik mijn muren morgen paars wil schilderen, dan kan dat. Als ik dik een half jaar wil doen over het inrichten van mijn huis, dan kan dat. Als ik midden in de nacht in bed films wil kijken op m’n laptop, dan kan dat (nou ja, hmmm, meestal dan). Het is fijn geen compromissen te hoeven sluiten.
Maar vandaag, vandaag zou ik er wat voor geven als iemand boodschappen voor me zou doen, en een kopje bouillon zou brengen, of een kopje koffie, of een sinaasappeltje.
Griep… Ik was al zo verbaasd toen ik gisteren hoorde dat het geen griepgolf meer is, maar een epidemie. Ik was al zo verbaasd dat de Sterke Mannen die ik ken die nooit ziek zijn (waarom zijn dat altijd mannen trouwens?), met dunne stemmetjes aan de telefoon hingen: Ik ben zo ziehiek (niks zo zielig als een Zieke Sterke Man). Zou ik dan de dans ontspringen, terwijl ik normaal elke verhoudheid, elk griepje, alle dingen die rondwaren in een straal van een kilometer, oppik? Dat zou heel fijn zijn, maar op zijn minst ook opmerkelijk.
Jammer genoeg werd ik vanmorgen wakker en was de orde der dingen weer hersteld: spierpijn, koppijn, zweten, koorts. Ik heb gewoon griep, zoals het hoort. Wie komt me een glaasje verse jus brengen?