1989. Muriel en ik luisteren naar Supertramp. Paris Live. En dat is fout. Helemaal fout. Supertramp past niet echt bij mij. Of beter gezegd: echt niet. Maar dat boeide niet. Supertramp, grijsgedraaid :)
"Hadden we het maar eens een dagje rustig," verzucht ik regelmatig op mijn werk als er weer eens iemand naast m'n bureau staat te springen dat het echt echt echt gisteren afmoet en sorry dat ik het nu pas kom vragen maar ik wist het ook niet.
Vanmiddag moest ik denken aan de Chinese spreuk "Dat u mag krijgen wat u wenst." Dat dat verre van Chinees is, want in het Nederlands, en dat de oorsprong ervan wel ergens in het Verre Oosten zal liggen, laten we dan maar ergens in het midden. Wat me dan weer doet denken aan de karakters die staan voor China: dat zijn de karakters "midden" en "rijk" en dan is China het rijk van het midden.
Maar goed, ik kreeg wat ik wilde: een rustig dagje op kantoor. Nou, Ik wil wat ik niet wil en ik wil niet wat ik wil. Ik wil in elk geval géén rustig dagje op kantoor. Ik verveel me te pletter. Ik heb doorgeklikt op al mijn rss-feeds, mijn hyves profiel/ voorzien van bloemetjes, en zit nu de verleiding te weerstaan om te kijken of ik door de firewall heen kan prikken om te kunnen msn'en. Met dat weerstaan heb ik het heel druk, want ik zal het best wel kunnen, maar hier bij de bank kun je beter niet spelen met internetgedragsregels.
Voor wie het ook rustig heeft op kantoor: ik liep tegen een stapel mooie foto's aan van Richard Friedman. Het zijn er nu 373, dus daar ben je ook wel even zoet mee. Het linkje kwam uit een van de rss-feeds, maar ik ben vergeten welke, want niksdoen verweekt je hersens ook nog eens, al kunnen dat ook gewoon de watten in mijn hoofd zijn.
bloemetjes... dan moet je je wel heel erg vervelen —
donderdag 27 december 2007 – 16.52 —
twee reactiestags: werk
Een poosje geleden kocht ik een magnetron online. En ik zette er nog bij: bel doet het niet, graag even vantevoren bellen, dan ga ik wel uit het raam hangen. Maar de webwinkel verstuurt per TNT Post, en die doen niet aan dat soort dingen. Dus is de bezorger twee keer bij mij aan de deur geweest terwijl ik thuis was, maar toch niet opendeed. Dan het ding zelf maar opgehaald bij het postkantoor. Lastig hoor, als dat alleen doordeweeks open is tot half zes en je eigenlijk altijd tot minstens half zeven op kantoor zit. Maar na een heel weekend werken in Antwerpen mocht ik vandaag wel wat eerder weg, vond ik, en aldus.
"Hoe ben je hier?" vroeg het meisje achter de balie. "Taxi," zei ik. En ik liet mijn paspoort zien, zette mijn handtekening, en schoof de doos van ruim 25 kilo naar buiten. En toen belde ik de taxicentrale. "'t Is een kort ritje, en ik heb een zware grote doos hier," zei ik. "Hebt u hulp nodig?" vroeg de telefoniste. "Nee, maar de doos is echt groot," zei ik weer, terwijl ik bedoelde: ja ja ja! Ik wil een grote sterke taxichauffeur die de doos door het open raam op tweehoog naar binnen gooit. En de telefoniste zei dat er een grote wagen aankwam en hing op.
Na een paar minuten kwam er een taxi aanrijden. Een Mercedes. En ik voorzag al dat de chauffeur ging zeggen dat de achterbak niet groot genoeg was, end dat de doos niet op de achterbank kon, omdat 'ie stoffig was, en dat hij niet naar een adres 600 meter verderop wilde rijden. En en en. Maar de chauffeur, lang warrig donker haar en met dit weer een lange zwarte wollen jas om de schouders, stapte uit en zei met een lekker lokaal accent: "dame, je had om een busje moeten vragen!" Hij begon al zijn zinnen met dame. En hij tilde de doos op en kreeg hem bijna maar niet helemaal in de achterbak. En zei toen: "achterbank," en ik deed de achterdeur open en de kofferbakdeksel dicht, en we stapten in, en hij vond het korte ritje helemaal niet erg. Hij begon nog 25 zinnen met "dame" en parkeerde op de stoep op de hoek, en tilde de doos voor me het trapje bij de voordeur op, en ik gaf hem een tientje.
En later sleepte de bovenbuurman met een vriend de enorme doos voor me naar boven, en op het aanrecht staat nu een enorme magnetron met heteluchtoven en grill en draaispit. Morgen eet ik gegrillde kip, maar vandaag zat ik in de auto bij de aardigste taxichauffeur van Amsterdam.
en langzaam wordt het hier een echt huis —
maandag 17 december 2007 – 20.47 —
eén reactie
Herinneren jullie je het rode paard nog? Het was even zoeken naar de maker ervan, en er kwam wat geluk bij kijken, maar uiteindelijk vond ik haar. Sophie.
Inmiddels ben ik bij Sophie op bezoek geweest. Leuk was dat. Heb nog veel meer paarden gezien, en honden, en vrouwen.
En vogels. Ook weer geschilderd op dat bruine pakpapier. En bijna net zo leuk als de paarden ;) (tsja, je blijft een paardenmeisje hè...). En... nu overal te vinden in de stad. Tenminste, dat hoop ik maar. Want toen ik laatst naar de Albert Heijn liep. Of nee, van de Albert Heijn naar huis, zag ik daar een vogel fladderen. Letterlijk, want in de wind was de het grootste deel van het papier losgeraakt, en hing 'ie zielig te wapperen aan een hoekje.
En wat met het paard niet lukte, lukte wel met de vogel. Het laatste hoekje liet makkelijk los, ik rolde 'em op, en nam 'em mee naar huis. Eén geredde vogel. Het voelde een beetje raar, om het laatste hoekje los te trekken en het papier op te rollen. Als een dief in de nacht, terwijl het toch pas kwart over zeven was en de vogel 10 minuten later vanzelf het luchtruim gekozen zou hebben in de wind.
Leuk issie he?
Het verhaal krijgt nog een staartje ook, maar da's voor later —
zaterdag 08 december 2007 – 14.52 —
vijf reacties