En nee, ik bedoel niet zo’n klef snackbarding…
Neem twee pistoletjes, en beleg met een tomaat in plakjes, uiringen, feta, en een fijngehakte rode peper. Mjammie!
En nee, ik bedoel niet zo’n klef snackbarding…
Neem twee pistoletjes, en beleg met een tomaat in plakjes, uiringen, feta, en een fijngehakte rode peper. Mjammie!
In de Noord-Indiase en Perzische keuken is het eten niet heet, maar verfijnd. Er wordt veel gebruik gemaakt van kruiden en room.
Vandaag had ik wel trek in iets verfijnd gekruids, maar de kookboeken zitten (nog steeds — oei oei) in een doos. Dus ben ik zelf maar aan het fabrieken geslagen. Een wonderwel geslaagd experiment, al zeg ik het zelf.
Er is kerrie en kerrie. En in Indiase curry gaat zelfs helemaal geen kerrie, maar een voor elk gerecht apart samengesteld kruiden- en specerijenmengsel. Wie daar aan gewend is, vindt kerrie uit de winkel vaak vies.
Er is een uitzondering. En dat is de Hindoestaanse kerrie van Chan. Tenminste, ik geloof dat ‘ie Chan heet, want ik bewaar mijn kerrie dus niet in de zakjes waarin ik het koop, maar in een goed afsluitbaar potje met schroefdeksel. En dat laatste zou iedereen moeten doen, anders smaakt je kerrie na een week al niet meer naar kerrie.
Maar goed. Hindoestaanse kerrie dus. Dat is wat je proeft in de roti. Hindoestaanse kerrie koop je dan ook bij de Surinamer. Dat is vaak een Hindostaan, maar soms een Omu Snesi of een Moksiman. Ik koop het bij de Albert Cuyp. Bij Tjin’s of bij Tjon’s. En als ze geen Chan’s hebben, is elke andere Hindoestaanse kerrie ook goed. Maar dan wel Surinaamse, en geen Indiase.
Kerrie Djawa van de Conimex maak je lekkerder door hem te mengen met extra djinten en koenjit (3:1:0,5), maar duik gewoon eens zo’‘n Surinaams winkeltje in. Is trouwens nog veel meer lekkers te vinden.
Ergens heb ik een receptenboekje waarin het recept staat voor een ethiopisch kruidenmengsel waar je een drakenadem van krijgt. Dat boekje zit in een doos, en daarom heb ik zelf maar gefrutseld tot ik het goed en lekker had.
Het mengsel is bedoeld als toevoeging aan gerechten. Probeer het niet als saus te eten, want drakenadem is helemaal niet zo fijn…
De eerste warme dagen van het jaar heb ik geen zin in warm eten. Borden vol rijst of pasta kunnen me niet bekoren, stoten me eerder af, zelfs.
Het stomme is: juist in dit warme weer moet je goed eten. Misschien merk je het niet, maar zo’n stralende zon vreet energie, van jou. Dat je die grotendeels terugkrijgt in de vorm van een goed humeur is natuurlijk alleen maar fijn.
Eten moet je dus. Koolhydraten. Van die langzame, zoals in pasta, of rijst, of aardappelen, of brood. Die eerste warme dagen kom je wel door met salades en lekker stokbrood. En als je dat zat bent eet je tabouleh. Fris smakende koolhydraten, wat een vondst.
Couscous koop je van AH Biologisch, of bij de Marokkaanse winkel. Kunt u nog kiezen welke soort, kies dan Moyen.
Tabouleh à la ligne
bijgerecht voor 4 personen
je hebt nodig:
1 citroen
2 kleine tomaten
1 ui
1 bos peterselie
1 bos munt
een borrelglaasje ev olijfolie
zout naar smaak
2 kopjes couscous
en zo maak je het klaar:
Snij de tomaat in stukjes, snipper de ui, verwijder takjes uit de bossen peterselie en munt. Prop alles bijelkaar in de keukenmachine. Pers de citroen uit, en doe die bij het tomatenuienkruidenmengsel. Hak het geheel fijn.
Doe de couscous in een kom, en doe de tomaten etc. erbij, en roer flink om. Laat een paar minuten staan. Dat is echt belangrijk, want daardoor vult de couscous zich met de smaken van je tomatenuienkruidenmengsel. Na een paar minuten is het vocht uit de je mengsel in de couscous getrokken, en hou je veel te droge harde tabouleh over. Dat is niet lekker, dus we beginnen met de olijfolie en het zout erdoor te roeren.
Nu het moeilijkste. Je wilt je couscous zacht en fluffy tegelijk hebben. Dat komt neer op precies genoeg vocht toevoegen. Te weinig geeft droge harde couscous, te veel taboulehpap. Het probleem is, dat elk merk couscous anders reageert. Ik begin altijd met net zoveel water toevoegen dat je het alleen ziet als je op de tabouleh drukt met de achterkant van een lepel. Voor wie niet weet wat ik bedoel: denk aan het effect van je blote voeten in vochtig zand bij een stranwandeling, als je net op het zand hebt gestapt zie je wat vocht in je voetafdruk staan, dat snel wegtrekt.
Voeg steeds wat water toe en roer goed om, tot je de toestand als hierboven beschreven krijgt. Nu een minuut of tien wachten om de couscous de gelegenheid te geven al het vocht op te nemen. Proef. Als het nu goed is, heb je geluk, maar meestal moet er nog wat water bij. Voeg steeds een borrelglaasje toe, roer, en wacht, tot je tabouleh precies goed is. De eerste keer is het misschien wat prutsen, maar na een paar keer weet je wel hoeveel water jouw merk couscous nodig heeft om zacht en fluffy te worden.
Dat is alles. De zomerkoolhydraten zijn klaar. Lekker bij merguezworstjes, of bij biefstuk, bij de barbecue, enfin, verzin zelf maar.
“Heb je een lekker recept voor curry (zonder naar een prefab-pakje te hoeven grijpen)?” vroeg Lucy in de Q’s for FAQ. Die FAQ komt er wel hoor. Ik moet even de vragen ordenen enzo. Maar zo’n recept, dat heb ik wel.
Het geheim van curries is dat er geen twee hetzelfde zijn. Voor elk recept heb je andere kruiden nodig, die allemaal op een andere manier behandeld worden. Door ze wel of niet te bakken, en ze kort of lang mee te koken, krijg je heel verschillende smaken. Een echte curry maak je dan ook altijd met losse kruiden, en niet met kant en klare kerrie. Jammer genoeg heb je er ook vaak heel veel kruiden voor nodig. Sommige daarvan zijn maar moeilijk te krijgen. In elk geval niet bij de supermarkt.
Alles wat hierin gaat, is te koop bij de C1000 in het dorp van mamalijn. Hoef je niet voor om te rijden. En mislukken kan het ook al bijna niet. Het is me een keer gebeurd dat de yoghurt licht schiftte, maar da’s een cosmetisch euvel en doet niets af aan de smaak.
‘t Is heel simpel. Je vult een glas voor de helft met sinaasappelsap en giet er yoghurt bij. Varieer met verse jus, dubbeldrank, whatever. Maar onthou: in kiwi’s en grapefruits (en ik geloof ook in ananas en papaya) zitten enzymen die yoghurt in een paar minuten dun en bitter maken. Niet doen dus. Of heel snel opdrinken, dat kan natuurlijk ook, en is veel waarschijnlijker.
Ook lekker voor mensen die niet van ontbijten houden :-)
Een hele kip is gewoon te veel voor twee personen. Tenminste, voor een Frans en een lijn. Maar hele gegrillde kip is ook een van de lekkerste dingen die er zijn.
Gelukkig is er met zo’n overgebleven stuk kip heel wat te doen. Ik trek al het overgebleven vlees ervan af, en van het karkas trek ik bouillon. Moeite kost dat niet, en het leuke is dat je eens een ander smaakje kan maken dan de standaard Maggi bouillonblokjesmix. En het is nog prima in te vriezen ook. Je mag trouwens die kip ook helemaal opeten, dan doe je in de soep gewoon wat kipfiletjes ofzo.
Je hebt nodig:
voor de bouillon:
1 kippekarkas
een stuk gember van 2 centimeter
een spriet sereh
2 kleine gedroogde rode pepertjes
eventueel een eetlepel thaise vissaus
voor de soep:
1 liter bouillon (zie boven)
een restje koude kip, of 2 kipfilets, zachtjes gaargekookt in de bouillon
sap van een halve limoen
4 lente-uitjes
een blokje santen, van ongeveer een eetlepel
twee eetlepels verse koriander, fijngehakt
1 plak chinese mie (die dunne ronde)
En zo maak je het:
Grill een kippetje en smikkel smikkel, maar gooi de botten niet weg. Bewaar de vleesrestjes in de koelkast, en zet het karkas op met 1 liter koud water en de rest van de ingredienten. Laat langzaam warm worden en 3 á 4 uur heel zachtjes trekken. Giet af door een zeef en laat afkoelen voor je de bouillon in de koelkast of vriezer zet.
Is dat alles? Heb je dan lekkere kippenbouillon?
Ja. Inderdaad.
En dan het soepje:
Warm de bouillon weer op, en breng zachtjes aan de kook. Als je geen kip overhad, twee kipfiletjes zachtjes 20 minuten koken in de bouillon en in stukjes snijden. De santen oplossen in de bouillon, en de kip erbij doen. Als het geheel weer zachtjes kookt, de mie en de lente-uitjes erbijdoen. De mie goed losmaken met een vork, en nog twee minuten zachtjes doorkoken. Limoensap erbij, even proeven of er zout bijmoet, in kommen doen, en lekker veel verse koriander erover.
Klaar!